Foto: Aline Roosink

'Kluns, hoe kon je dat doen?!?'

Beste lezer,

In deze column neem ik je mee in de kunst van 'de krant maken'. Wat gebeurt er tussen het moment dat de ene krant in de bus valt en ik de volgende klaar maak? Hectiek, rennen, springen, vliegen om alle verhalen bij elkaar te krijgen, rinkelende telefoon en zwarte vingers van de inkt. Oh nee, alles gaat met de computer. Soms is er hectiek, soms ervaar ik stress, maar meestal gaat alles gewoon rustig z'n gangetje.

Zo ook vorige week. Anders dan anders sloot de krant op donderdagmiddag, i.p.v. maandagmorgen. Bij elk artikel dat ik plaatste was ik mij ervan bewust dat de krant pas na de pinksterdagen bij jou op de mat zou vallen. Ik had genoeg materiaal, liep prima op tijd en zat lekker ontspannen aan mijn bureau. De eerste tekenen dat het niet helemaal probleemloos zou verlopen, was toen het systeem begon te haperen. Een half uur voor de deadline kon ik niets meer. Geen stress, maar wel lichte frustratie maakte zich van mij meester; was ik eindelijk op tijd (meestal ga ik over de deadline heen), gooit het systeem roet in het eten. Het gaf mij wel tijd kritisch door de mailbox te gaan en de artikelen eruit te pikken die echt mee moesten.

Dat is nog best lastig met diverse berichten over activiteiten in het pinksterweekend, waarvan ik denk 'hé, dat is leuk' om ze vervolgens te verwijderen, omdat dat krant pas na de pinksterdagen uitkomt. Het extra lange weekend daarentegen is wel weer een fijn vooruitzicht. Terwijl ik zo bezig ben, komt het systeem weer op gang en snel plaats ik de laatste artikelen. Op de voorpagina houd ik een klein stukje over. Te klein voor een echt bericht, te groot om leeg te laten. 'Dan wens ik de lezers gewoon een fijn pinksterweekend', denk ik en voeg de daad bij de gedachte. Ik plaats de laatste foto's, punten en komma's en stuur de krant naar de drukker.

Dik een uur later dan gepland stap ik op mijn fiets en rijd naar huis. Als ik bijna thuis ben, valt het kwartje ineens als een bom. 'Kluns, hoe kon je dat nou doen?!?' Bijna keer ik om, maar ik besef dat dat geen enkele zin heeft. De krant is weg, ik kan er niets meer aan doen. En hij komt pas na de pinksterdagen bij de lezers, dus dat weekend hebben ze dan al gehad. Lag het aan mijn haast de krant klaar te krijgen? Was ik van slag door de storing in het systeem? Ik weet het niet, maar duidelijk is dat niets menselijks mij vreemd is. Veel mensen zullen erom lachen, een enkeling zal zich ergeren en de meesten valt het waarschijnlijk niet eens op. Maar ik weet het en ik baal ervan.

En dan brengt het mij op een idee. Ik ga jou vertellen hoe het gaat als ik de krant maak. Dat ik inderdaad soms fouten maak, afspraken wel eens vergeet en sommige berichten simpelweg over het hoofd zie. Maar dat ik toch elke week mijn uiterste best doe een mooie krant af te leveren.

Annemieke

Meer berichten