<p>Dinand op zijn werkplek, aan de keukentafel. "Hier kan ik het beste werken. Ik sluit me af voor de wereld en schrijf."</p>

Dinand op zijn werkplek, aan de keukentafel. "Hier kan ik het beste werken. Ik sluit me af voor de wereld en schrijf."

(Foto: Iris Webbink)
In de krant

‘Verleden en heden aan elkaar koppelen is mooi’

Ruim een maand geleden kwam dankzij de inspanningen van Dinand Webbink het boek ‘Nijverdal in oorlog’ uit, vorige week gevolgd door ‘De helletocht van Andries Pagrach’. Een bundel verhalen die Dinand schreef over de lotgevallen van inwoners en ondergedoken medeburgers van de gemeente Hellendoorn tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Nijverdal - Het zijn, zo staat op de achterflap, verhalen die er toe doen. Als je even door het boek bladert, een paar zinnen leest, ben je voor je het weet pagina’s verder. Zelfs mensen die niets met geschiedenis en oorlogsverhalen hebben, worden gegrepen door het boek. En niet alleen door dit boek, de meeste boeken van Dinands hand hebben hetzelfde effect.

“Tja, je wilt je lezer toch het boek in trekken,” lacht hij om dit compliment. “Ik probeer mijn boeken zo meeslepend mogelijk te schrijven. Geen droge geschiedeniskost, maar verhalen waarin je jezelf kunt herkennen. Of die je vervullen met afgrijzen, zoals het verhaal over Andries Pagrach. Hij liep meer dan 1000 kilometer, uitgemergeld door honger, ziekte en dwangarbeid, van kamp naar kamp, tot hij uiteindelijk, in het laatste kamp, na een paar weken bezwijkt. Het zijn verhalen die voor veel mensen als ‘ver van hun bed’ voelen, maar die je toch raken, omdat je weet over wie het gaat, waar het zich afspeelt. Het schrijven van deze verhalen heeft mijzelf ook aangegrepen. Niet omdat het over mensen gaat die ik gekend heb, maar ik ben bijvoorbeeld wel bevriend met familieleden van Andries en ik weet dat zij dit boek lezen. Dat geeft het voor mij wel een bijzondere lading. Voor hun is dit boek heel emotioneel, maar tegelijk ook helend. Dat ik op zo’n waardige manier het verhaal van Andries en al die anderen vertel, doet ze goed.”

‘Ik probeer altijd iets nieuws te schrijven, in een boeiend verhaal’

Verzetshelden die in dit boek aandacht krijgen, maar verder bijna vergeten lijken te zijn, zijn de vrouwen. “De rol van de vrouwelijke verzetsstrijders is nog zwaar onderbelicht. Dit jaar is daar speciale aandacht voor en dat is niet meer dan terecht. Hun aandeel in het verzet was ontzettend belangrijk en uiteindelijk zelf noodzakelijk, want er bleven steeds minder mannen over. Ze hadden als voordeel dat ze door de nazi’s niet voor vol werden aangezien en rustig met een kinderwagen vol munitie over straat konden lopen. Dat gebeurde echt,” benadrukt Dinand, als hij mijn ongelovige blik ziet. “Zelfs hier in Nijverdal!”

Andere boeken

Dinand schrijft niet alleen over de oorlog, maar wel vaak over het verleden. “Ik probeer vaak het verleden aan het heden te koppelen. Ook nu speelt de rol van vrouwen in de maatschappij bijvoorbeeld nog volop. Mensen kunnen zich daar wel in herkennen, als ze de verhalen over de oorlog lezen. Maar ik heb bijvoorbeeld ook geschreven over kastelen hier in de omgeving. Dat ging dan deels over de geschiedenis, welke rol speelden ze toen, waarom zijn ze juist daar gebouwd, maar ook over de rol die ze in ons huidige leven nog spelen. Een van de boeken die ik nu aan het schrijven ben, gaat over allerlei plekken in de gemeente Hellendoorn die heel veel mensen misschien wel kennen, maar toch niet kénnen. Ik ga het hele alfabet langs en laat de lezer kennismaken met veertig plekken waar een verhaal aan zit. Neem bijvoorbeeld de Boksloot. Veel mensen kennen die plek. Ze wandelen er, rusten uit op een bankje, genieten van het uitzicht over het water, maar weten ze ook dat de ronding eigenlijk een soort haventje is geweest? Hoe dat zit, vertel ik in mijn boek. Net zoals we het bestaan van het Boetelerveld te danken hebben aan de watersnoodramp. Op deze manier breng ik natuur, cultuur en geschiedenis bij elkaar, dat is toch prachtig!”

Een tweede boek waar Dinand aan werkt gaat over kaarten, plattegronden van Overijssel. “Dat boek schrijf ik samen met Ester Smit. Zij is kaartbeheerder bij het Historisch Centrum Overijssel en ik heb vaker met haar samengewerkt. De oudste kaart die we tot nu toe hebben gevonden is de bisschopskaart van 1524, maar die ligt in Leiden en hebben we nog niet kunnen bekijken. Dat hopen we binnenkort wel te doen. En misschien vinden we nog wel een oudere kaart, dat zou mooi zijn.” Dinands gezicht licht op. Over elke kaart valt weer het nodige te schrijven, want ze worden allemaal gemaakt met een reden, vaak uit onenigheid. Daarover gaat ons boek.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden